Header Image
Home / Aarlandenrit 2017

Aarlandenrit 2017

Welkom op de site van de Aarlandenrit, een initiatief van Rotary Ter Aar e.o.

Op zondag 11 juni 2017 wordt voor de veertiende keer de Aarlandenrit gereden; een prachtige toertocht door het Groene Hart voor klassieke auto’s – ouder dan 30 jaar – en sportieve cabrio’s. Het oergezellig evenement omvat een lunch op locatie tijdens de rit en een barbecue, inclusief drankjes en live muziek voor sponsors en deelnemers op het Landgoed Ursula te Nieuwveen.

De route door het Groene Hart zuid-oost

De route loopt dit jaar door het zuid-oostelijke deel van het Groene Hart, o.a. door de Lopikerwaard.
Het is een prachtig gebied, omzoomd door schilderachtige riviertjes zoals de Lange Linschoten, de Vlist, de Hollandse IJssel en in het zuiden de rivier de Lek. Ten westen van de Lopikerwaard ligt de Krimpenerwaard.

De Lopikerwaard bestaat uit grote, open weidegebieden, geriefbosjes en houtwallen.
Het gebied maakt een onderdeel uit van de Hollands-Utrechtse laagvlakte, die in de loop van vele eeuwen is ontstaan door de groei van een dikke, natte veenlaag.

Deze moerassige veengrond werd door ontwatering ten tijde van de Grote Ontginning geschikt gemaakt voor landbouw, veehouderij en het winnen van turf.
De Grote Ontginning was een periode van ontginningen die aanving in de 10e eeuw en duurde tot en met de 13e eeuw. In deze periode is het landschap grotendeels gevormd en het grondpatroon ervan is tot op de dag van vandaag weinig veranderd. De ontginningen vonden plaats onder toezicht van de Graven van Holland en de Bisschop van Utrecht. Zij sloten overeenkomsten met de ontginners, die ‘copen’ werden genoemd.

Aan de naam ‘cope’ herinneren nog de vele bestaande plaatsnamen zoals Boskoop, Nieuwkoop, Heicop, Papekop, Reijerscop, Hoenkoop, Boeicop enz.

De ontginners groeven ontwateringssloten die diep genoeg waren om het water te kunnen afvoeren. Deze sloten hadden een vaste lengte/breedteverhouding en zo ontstond het karakteristieke verkavelingspatroon dat nog overal zichtbaar is. De ontgonnen grond werd gebruikt voor het telen van graan om de bevolking, die in die tijd sterk toenam, van voedsel te voorzien.

De ontginners waren zo succesvol dat voor de ontginningen in Midden- en Oost-Europa vanaf de 12e eeuw ervaren kolonisten uit de Lage Landen werden aangetrokken. Er werden ‘copebrieven’ opgesteld naar Hollands model.

De Grote Ontginning lokte ook een conflict uit tussen de Graven van Holland en de Bisschop van Utrecht omdat de grenzen tussen de machtsgebieden niet duidelijk waren afgetekend. De Graven van Holland wisten hun invloed uit te breiden ten koste van de Bisschop van Utrecht.

De ontgonnen grond bleek op de lange duur toch niet geschikt voor het verbouwen van graan omdat de veenbodem inklonk en daardoor voor de akkerbouw te nat werd. Geleidelijk aan werd overgestapt op de melkveehouderij, omdat grasland beter geschikt was voor de veenbodem. Het is daardoor ook goed te verklaren waarom de kaasproductie in het Groene Hart zo’n grote vlucht heeft genomen, met de Goudse kaas als wereldmerk.

De bodemdaling veroorzaakt door de ontwatering van het veen bedroeg in de Hollands-Utrechtse laagvlakte gedurende 1000 jaar vele meters.

Vandaag de dag wordt de bodemdaling in het Groene Hart als een groot probleem beschouwd.

Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft de kosten van herstel van funderingen en de schade aan de infrastructuur voor de periode tot 2050 becijferd op een bedrag rond 20 miljard euro.

De bodemdaling in de veengebieden raakt Nederland in zijn hart en moet volgens het Planbureau geremd worden. Vragen die spelen zijn: hoe ziet het Groene Hart er op lange termijn uit?, wat is de betekenis van de groene, open ruimte voor de stadsbewoner en de toerist?, wat betekent het voor de manier van huisvesten?, zijn er nog weilanden met koeien over 50 jaar?

De samenleving staat de komende decennia voor een enorme opgave. Er zijn vele partijen betrokken bij de problematiek van de bodemdaling. Te denken valt aan gemeenten, waterschappen, provincies, Rijk, grond- en huiseigenaren, natuurorganisaties ed.

Eén ding is duidelijk: samenwerking tussen al deze partijen is onontkoombaar, want geen enkele partij kan partij alleen kan het probleem oplossen.

Top